Het is maar een spelletje

Agnes Stonewick. “Wie zeg je”? Een 87-jarig character uit de Muppet Show. “Oh. Ken ik niet.” Leg ik het even uit: prototype oma, het grijze haar opgebonden in een knotje en een gevleugelde jaren ‘50 bril op het gezicht. Doof, licht dementerend en traag van begrip. En ik ben haar. Tenminste, dat zegt de Muppet Show app op Facebook. In minder dan vijf seconden een label op het voorhoofd. Een confronterende uitkomst . Zeker nu ik ‘aan de bril’ ben.

‘Toeval bestaat niet’, is het gezegde.  Daar geloof ik wel een beetje in. Soms. Geloof ik. Net op dát tijdstip op dát punt belanden. En dan besluit (?) je links, rechts of rechtdoor te gaan. Of misschien keer je om naar waar je vandaan kwam. Een aaneenschakeling van gebeurtenissen die stukje bij beetje de rode draad van je leven vormen. Als mens temidden van een samenloop van omstandigheden. Daarbinnen vele opties en de keuze is aan jou.

Maar waar geloof is, is twijfel. Sommige dingen overkomen je toch gewoon? Ziek worden, nauwelijks een bewuste keuze. En wat mensen van je vinden? Net zo lastig te beïnvloeden. Laat staan dat een digitaal gegenereerd oordeel op waarheid berust.

Terwijl de zandloper het zand laat lopen hou ik mijn adem in. Misschien ben ik wel Miss Piggy! Lekker boos op z’n tijd (HaaaaJA!). Of néé! Ik wil Animal zijn! Jááá. A-ni-mál, a-ni-mál, a-ni-mál! PING. ‘Je bent Agnes Stonewick’.”Agnes Stonewick? Die ken ik niet.” Precies.

Geplaatst in Huis-Tuin-en-Keuken | Een reactie plaatsen

Station Appelscha(de) – herschreven versie

Ik reis niet graag met openbaar vervoer. Voor zover vliegvakanties onder openbaar vervoer vallen zijn die de enige uitzondering. Ook gezellig in één ruimte dezelfde kant op. Voordeel: één halte te gaan, je reist standaard met je neus vooruit en de beloning voor een paar uur ongemak is groot. Eindstation Heraklion of Appelscha. Ik weet het niet. Het zit net zo krap maar voelt toch anders.

Openbaar vervoer op zich is heus een prima en milieubewuste uitvinding. Tochtige treinperrons, de verwensing naar de rookpaal voor een sigaretje en gedoe met de OV-chipkaart zijn te doen. Medereizigers die binnen gehoorsafstand eten? Ander verhaal. Hou me tegen, draag me weg want ik ga door het lint.

Een dinsdagochtend, ik zit in de trein. Niks aan de hand. Dan verstoort de overbuurman het tevreden staren. Hij grijpt in zijn tas en haalt een appel tevoorschijn. Een héle grote knoertharde appel. HEL EN VERDOEMENIS! Met de snelheid van het licht groeit mijn ergernis. Ik zet me schrap voor de eerste hap die weldra zal klinken.

Joekels van tanden drukken zich in het appelvel. Lippen omsluiten de zojuist aangebrachte wond en trekken de eerste brok los met een hels kabaal. Dit geluid alleen al doet me stuiteren tussen zitplaats en bagagerek. Een instant allergische reactie. Verwoede pogingen tot zelfbeheersing. Alsof het allemaal al niet erg genoeg is volgt het vermalen van het geheel. Links, rechts, links, rechts, SLIK. Een kudde herkauwende kamelen is er niks bij.

Terwijl de malende man zich zichtbaar verheugt op de volgende hap en zijn zuig-slurpende geluiden getuigen van de sappigheid van de appel, zoek ik naarstig naar oplossingen om dit maar niet te hoeven horen. Ik duik weg in mijn sjaal en forceer mijn gedachten naar verdraagzaamheid. Werkt niet. Verwoede pogingen tot zelfcorrectie. Geen effect. Ik kan werkelijk aan niets anders denken dan aan die man met de appel die ik het liefst met een flinke rechtse hoek achter zijn huig stoot. Maar dat doe je niet. Dat is niet lady-like. Opstaan en weglopen? Het gangpad staat vol met mensen die de doorloop blokkeren met tassen en koffertjes. Ik kan niet vooruit. Ik kan niet achteruit. Er is geen ontkomen aan. Wat me rest is mijn milieubewuste lot ondergaan.

Zodra het kaalgevreten klokhuis na wat een eeuwigheid lijkt te duren dan eindelijk in de vuilnisbak belandt volgt weer een greep in de tas. Ontbijtkoek. De trein rijdt nog maar mijn halte is gekomen. Ik denk dat ik door het raampje ga.

Herschreven versie van mijn eerdere blog Station Appelscha(de) voor een columnwedstrijd

Geplaatst in En dit vind ik ervan | Een reactie plaatsen

Crime scene investigation

Ik heb een hond en dat is serious shit. Meer nog sinds onlangs de besturen van een aantal gemeentes het tweede ‘Nationaal Symposium Hondenbeleid’ bijwoonde. Gezellig een dag debatteren over ‘streng doch gerechtvaardigd, positief en breed gedragen hondenbeleid’. Op de agenda staat ‘s lands ergernis nummer één: niet opgeruimde hondenkeutels. Een uitwerpsel op de stoep ís ook vies. Bijkomend feit blijkt dat het gevaar voor de gezondheid van mens en dier oplevert. Tot zover: één en al begrip.

In voorafgaand onderzoek zegt vier op de vijf van de deelnemende gemeenten dat de verantwoordelijkheid voor de overlast bij de hondenbezitter ligt. Ik zie de vingertjes al wijzen. De modelhondeneigenaar maakt de crime scene vrij van belastend materiaal. Zeker wanneer de hond de kop in de bosjes steekt en met de kont buiten de gemeenteperken hangt. Weet hij veel. Voor je het weet zijn verbeten blikken je deel. Ik zeg, ik kan zonder aan het einde van de werkdag. Zo’n onvriendelijk hoofd is minstens zo’n onaangenaam gezicht als een hond die zijn behoefte doet. Het uitstippelen van een ontspannen uitlaatroute is gebaseerd op strategische keuzes.

Op heterdaad betrappen is lastig, zo is een van de conclusies in het rapport. Een buurtwacht inschakelen? Mijn donkerbruine vermoeden is dat elke stad wel een paar über-waakzame burgers kent dat de selectieprocedure glansrijk zal doorstaan. Zo’n schone taak geeft je leven weer kleur! Tijdens het rondje met het hondje zie ik ze tegen de ramen geplakt, loerend naar potentieel ongepast gedrag. De hand al in de lucht voor een corrigerende tik op het raam. Ik zwaai vrolijk terug. “Heb je niets anders te doen?”, vragen mijn hond en ik ons af. Tijd om te wachten tot je de bewijslast opruimt is er zelden. Het oordeel is reeds geveld.

Wat blijkt ook uit het onderzoek? Gemiddeld besteden gemeenten slechts 60 procent van de geïnde hondenbelasting aan zaken die honden betreffen. Wat doen ze met die resterende 40 procent? Noem me naïef maar ik zou toch graag weten welk tekort ik met mijn jaarlijkse bijdrage aanvul.

Tot die tijd is één ding zeker. Als een zure buur mij op het moment suprême toesnauwt: “Waar denken wij dat wij mee bezig zijn? Doe dat in je eigen voortuin!” dan ken ík nu ook de feiten. Ik recht mijn schouders en antwoord: “Wij? Wij poepen het gat in de begroting dicht. En jij? Doe jij nog iets extra’s voor de maatschappij?”

(herschreven versie van mijn eerdere blog ‘De schaamte voorbijvoor een columnwedstrijd)

Geplaatst in En dit vind ik ervan | Een reactie plaatsen

Rondje Langedijk e.o.

Een druilerige dag, een wandeling met de hond en een ritje in de auto door Langedijk e.o.

Ja hoor, dat wilt ik wel.

Even goed kijken bij deze. Dit zit gebeiteldt... ofzoiets.

Gewoon lekker breed houden. Dan komen de klanten vanzelf wel.

Opstallen, paardenstallen, voorstallen, achterstallen. Je kunt het zo gek niet bedenken, het zit er allemaal bij. Hopelijk geen achterstallig onderhoud.

Geplaatst in Taal en teken | 1 reactie

Open einde

Zijn gedachten nemen de eerste afslag. Te vroeg. Hij komt in een voor snelverkeer doodlopende straat. Slechts een kleine ronde poort aan de andere kant geeft toegang tot wat daarna komt. Van de doorgaande weg die hij de rug heeft toegekeerd hoort hij het geluid van het leven langs razen. Het gaat snel. Er is haast. Maar hij staat hier, kijkt naar de muren die tot aan de hemel rijken en waant zich veilig. Een bastion opgetrokken uit stapels herinneringen en ervaring, rustend op een fundament van opvoeding en karakter. Met de jaren verstevigd onder een flinke laag klimop.

Mochten de muren de neiging tot wijken krijgen dan houden de vastgeklonken stammen en vertakkingen het geheel toch bij elkaar. Hij heeft de klimop zien groeien. Vertedering maakt zich van hem meester wanneer hij terugdenkt aan de kleine stekjes die hij ooit plantte. Bescheiden groene sprietjes die voorzichtig uit de donkerbruine aarde tevoorschijn kwamen. Korreltje naar links, korreltje naar rechts en weer een blaadje erbij. Groot voor je er erg in had.

Waar hij nu staat komt geen zon meer. Alles is schaduw. Alleen de poort in deze steeg werpt een lang zwak licht dat reikt tot waar hij staat. Met opgeheven hoofd legt hij zijn oor te luisteren. Vanuit de verte klinken flarden van lang geleden. “Dat moeten de plaatsen verderop zijn waar ik ooit graag kwam”, bedenkt hij zich. Daar heeft hij gelachen, geleefd en beleefd. Gezien wat er te koop was en na een dag vol plezier dronken van geluk in bed gestapt.

Plekken die nu vol met dingen zijn waarvan hij niets weet. Hij is er nog wel eens geweest in een poging tot herkenning maar zag slechts vreemde gezichten. Herinneringen en mensen zijn er vertrokken zonder verhuisbericht. Ook de nuance zit verstopt achter kleurloze gevels. Dubbeldichte deuren houden haar binnen. Er is alleen nog contrast, alles is zwart en wit.

Hij buigt het hoofd en zijn blik landt op goedgepoetste schoenen. Plots komen ze in beweging. Met verwondering kijken de ogen naar de vorm om zijn voeten. Zijn adem stokt. “Wat doen jullie?”, vraagt hij hardop. Geen antwoord. De voeten ontdoen zich van hun omhulsels en vervolgen zwijgend hun weg langs de streep licht die uit de poort schijnt. “Wat doen jullie?”, hoort hij zichzelf nogmaals zeggen, nu met geknepen stem. Zijn blik vlucht naar links en rechts, op zoek naar houvast. Hij ziet dat de klimop loskomt van de bakstenen muur. “Néé, niet laten gaan!” “De muren, de muren!” Maar de gebladerde takken luisteren niet. De lange slierten zakken langzaam en gedragen door de wind van de bakstenen. De dikke stammen ondersteunen het samengebundelde bladerdek tegen zijn rug. Hij kijkt op naar de muren en ziet de sporen van verval. Afgebrokkeld cement, scheuren in de stenen. Maar ze staan nog rechtop, bijeengehouden door tijd. Zijn kleren vallen als zorgen van hem af.

Met zijn blik vooruit loopt hij blootsvoets naar de poort waar het licht nu feller is en de warmte overweldigend. De stralen strelen zijn wangen, van binnen ontploft een gevoel van intens geluk. Hij voelt hoe zich een glimlach op zijn gezicht vormt. Zacht zegt hij: “Mama, hier ben ik”.

Het meeste dat ik schrijf is licht en luchtig leesvoer. Maar soms heb ik ineens een ‘vibe’ en komt er een heel ander stukje tekst onder de toetsen vandaan. Misschien dat ik nog eens een apart blog aanmaak, waar deze andersgestemde stukjes een plek krijgen. Maar voorlopig maar onder de categorie ‘Anders dan normaal’ dus!

Geplaatst in Anders dan normaal | 2 reacties

Verhaaltje

Al dagen loop ik met een verhaal in mijn hoofd. Zo’n stukje tekst dat maar blijft rondzingen in die grijze massa. Net als een nummer dat ik op de radio hoor waarvan ik het refrein de rest van de dag niet meer uit het hoofd krijg. Of toch minstens twee zinnen uit dat liedje die zich telkens weer aan me opdringen, uit het niets. En ze moeten er ook elke keer uit. Ongemerkt neurie of zing ik voor de zoveelste keer hetzelfde deuntje (en ik kan niet eens zingen). De hele dag door. Zo’n verhaaltje dus.

Pas als ik het opschrijf verdwijnt de tekst uit m’n gedachten. Net als dat muziekje je hoofd pas na een goeie nacht slapen verlaat. Voorzichtig doe ik de volgende ochtend een oog open. Met de waakzaamheid van een mechelse herder onderzoekt het ene oog de slaapkamer. Alsof de woorden van de dag ervoor zich ophouden in deze ruimte. De raderen beginnen te draaien en herinneren zich ‘gisteren’. Is het er nog? Muur. Behang. Klapraam. Zonlicht. Een eenvoudige registratie van dat wat er is. Ik slaak een zucht van verlichting. Niets wijst meer op de aanwezigheid van hetgeen ik gister maar niet kon vergeten. Voor de zekerheid nog een paar seconden wachten…ja, het is echt weg, tijd voor een nieuw liedje vandaag! En dat verhaaltje? Je hebt het zojuist gelezen.

Geplaatst in Huis-Tuin-en-Keuken | 1 reactie

Samen schrijven: iets voor jou?

Klik hier: http://wp.me/PXegy-b2

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen